Hier komt het antwoord op dé vraag van gisteren: wie sliep waar?
Ik sliep naast Hannah in de shelter. Ergens laat op de avond – of midden in de nacht – heeft Hannes zich verplaatst naar de tent. Daar heeft hij de hele nacht alleen gelegen. Er zou een verdwaalde mug langs zijn oren gezoemd hebben.
Deze nacht heeft het eventjes geregend, maar gelukkig niet veel.
We zijn vrij vroeg wakker en hebben niet veel op te ruimen. Daardoor kan onze trein vandaag met maar liefst 40 minuten voorsprong vertrekken. Het parcours richting het hoogtepunt van onze reis, Møns Klint, is behoorlijk heuvelachtig. We fietsen langs velden en door kleine dorpjes. Het is hier echt prachtig, maar ook verdraaid lastig.
Toch blijft de trein goed rijden. We liggen zelfs voor op schema. 🚞🤣
Langs de weg zien we vaak bordjes met “Loppe”. Dat zijn eigenlijk een soort garageverkoop, maar dan permanent.
Deze ochtend passeren we geen enkele winkel op onze route. Gelukkig hebben de Denen daar iets op gevonden. Onderweg staan regelmatig kleine houten hutjes waar je aardappelen, kersen 🍒, confituur, groenten of zelfgemaakte spullen kunt kopen.


We passeren een hutje met zelfgemaakte Italiaanse pistolets, confituur en limonade. We slaan wat proviand in en besparen ons zo een extra omweg van twee kilometer naar beneden én twee kilometer terug naar boven. Hannah vindt het eten voor deze middag maar niets, waardoor crisis nummer één zich aandient. Gelukkig herstelt ze net op tijd voor de laatste klim richting Møns Klint en helpt ze Jan toch mee fietsen. Ook die klim overleven we. En zo komen we mooi voor tijd aan (Volgens Hannes zijn treinschema).
Het is hier duidelijk toeristisch. Lang geleden dat we nog zoveel volk bij elkaar gezien hebben.
De appel 🍏 smaakt ondertussen uitstekend.
Na wat overleg – en een klein beetje discussie – bij de jongens beginnen we aan de wandeling richting de kliffen. En die zijn werkelijk indrukwekkend.
We kiezen voor wandeling nummer vier.
Dé reden om die te doen? Er staat een waarschuwingsbord bij en Hannes besluit onmiddellijk dat dit de avontuurlijkste route moet zijn.
Helaas heeft hij niet helemaal gelezen wat er op zijn plannetje stond. “Trap afgesloten.” 🚫
Er zit dus niets anders op dan terug te keren.
Het jongste H’tje is daar begrijpelijk niet zo gelukkig mee. Gelukkig doet de belofte van een ijsje wonderen. Met hernieuwde moed zet ze haar tocht verder.
Uiteindelijk kiezen we voor de fossielenwandeling.
Die start met 479 trappen naar beneden richting het strand. Vierhonderdnegenenzeventig.












Beneden wandelen we langs een strand vol keien en fossielen, met aan de ene kant de indrukwekkende witte krijtrotsen en aan de andere kant de zee. De natuur heeft hier echt prachtig werk geleverd.
Daarna volgt het minder leuke deel. We moeten terug omhoog. Meer dan 450 trappen. Puffen. Blazen. Zweten.
En na de trappen volgt er ook nog een klim door het bos.
Laat ons zeggen dat het beloofde ijsje een cruciale rol speelde in het succes van deze wandeling. 🍦🤣
Hannes heeft ondertussen ongelooflijk veel honger. Gelukkig zijn we bijna terug bij ons vertrekpunt, waar enkele picknickbanken staan.
De Italiaanse pistolets smaken heerlijk.
Als dessert volgt het beloofde ijsje. Deze keer mogen de H’tjes slechts één bolletje kiezen. Al blijft dat hier een relatief begrip, want één bolletje bestaat nog altijd uit ongeveer drie gewone bolletjes.
Rond 14 uur vertrekt onze trein opnieuw.
Met vertraging.
Al onze opgebouwde voorsprong is ondertussen verdwenen als sneeuw voor de zon.
Bijna missen we daarna onze afslag. We moeten een bospad in.
Het begint met een afdaling van 15%. Dat valt eigenlijk best mee.
Maar onmiddellijk daarna volgt een beklimming die volgens mij nóg steiler is. We geraken niet al fietsend boven.

Het bospad slingert verder op en neer. Eigenlijk is het een heel leuk stuk route. Hannes en ik hebben er veel plezier.
Wanneer we uiteindelijk uit het bos komen, volgt waar we al een tijdje op wachten: een lange afdaling. Eindelijk!
We vliegen 🚀 naar beneden en gebruiken telkens de snelheid van de afdaling om de volgende heuvel op te rijden.



In Borre stoppen we nog even voor wat fruit. De frambozen en braambessen verdwijnen in recordtempo.
Vanaf daar rijden we in één ruk verder, met de wind in de rug, richting de camping in Stege.
Volgens het schema van onze conducteur komen we zelfs te vroeg aan. Hebben wij goed gefietst vandaag! 😎
De camping is heel eenvoudig, maar beschikt – zoals ondertussen bijna elke Deense camping – over een volledig uitgeruste keuken én een wasmachine.
Het is wasdag. En we mogen de wasmachine zelfs gratis gebruiken. 🤭
Me happy. (En Caroline waarschijnlijk ook, als ze dit leest. 🤭)


De H’tjes fietsen ondertussen samen naar het strand in de buurt. Dat blijkt achteraf minder goed dan verwacht. Het stonk daar volgens hen.
Jan gaat ondertussen boodschappen doen.
Het voordeel van een uitgeruste keuken is dat je kunt koken waar je zin in hebt.
Vanavond staat er parelcouscous met groenten en een heerlijke steak op het menu.
Jan en Hannah voetballen nog wat. Ik denk dat Hannah met een voetbal ⚽️ in haar maag is geboren. Ze oefent heel hard op haar jongleren. Ik hou van haar dedication ❤️.
Hannes leest en ik schrijf de blog.
Morgen fietsen we naar Vordingborg. Van daaruit nemen we de trein naar Kopenhagen. Na al die kilometers staat zondag eindelijk onze eerste échte rustdag op het programma.
De H’tjes hebben hier ondertussen een nieuw lievelingswoord ontdekt: “stobbe”. Een verschrikkelijk woord. Waarom het grappig is? Geen idee. Waarom ze het om de vijf minuten gebruiken? Nog minder idee. 🤷♀️
Alsof dat nog niet erg genoeg is, bestaat er blijkbaar ook een liedje over. En jawel hoor, dat wordt hier ondertussen regelmatig afgespeeld. 😳
Vi ses i morgen! 👋
Zo blij met die frisse kleren! 🧡😃😃😃
Goed bezig!!!!!